Goed (her)begonnen is half gewonnen

Goed (her)begonnen is half gewonnen

Onze manier van zijn heeft een onmiddellijke impact op het verloop van interpersoonlijke dynamieken. Als we autoritair, gespannen, nonchalant, stoer, gladjanusachtig, futloos een gesprek aangaan en op die manier ook reageren op de inbreng van anderen, dan zal dat minder bevorderlijk zijn voor de kwaliteit van het verdere verloop. Niet zozeer omwille van wat we doen, maar eerder door de reactieve kwaliteit van wat we doen. Goed begonnen is dus half gewonnen. Dus hoe zetten we dan de toon in een gesprek? Gregory Kramer stelt zeven stappen voor waarmee we menselijke interactie op een hoger plan kunnen brengen.

                                           It is not so much the act that matters but the consciousness in which it is done (Sri Aurobindo)

 

Pauzeer, haal adem

Pauzeren is stoppen met hollen en bouwen. We stappen uit reactiviteit en in aandacht. Even van de trein stappen. Even niet samenvallen met onze in beslag nemende gedachten, oordelen, emoties, waarmee we onze wereld opbouwen. Onze zogenaamde spontaneïteit is meestal een geconditioneerde gewoontereactie. Pauzeren is een deur naar echte spontaneïteit. Pauzeren begint met terug te keren naar onze ademhaling, om van daaruit op te merken wat er zich in ons lichaam afspeelt. Ons lichaam biedt een beter aanknopingspunt om bewust te worden van wat er zich nu afspeelt dan wat ons verstand ervan maakt. Vanuit onze ademhaling en ons lichaam kunnen we aandacht geven aan onze gedachten en emoties.

The body sits. The body breathes. Thoughts rise and fall. Emotions break like waves on the shore and retreat again to the sea. There is knowing.
 

Ontspan & aanvaard

Door te pauzeren kunnen we spanning opmerken en kiezen voor ontspanning. Ontspannen doen we door wat we ervaren te laten zijn, te aanvaarden en zo te verzachten. We serveren ons eigen leven op een bedje van gespannenheid. Voor velen is die spanning zo gewoon dat ze niet eens meer opmerkt wordt in de alledaagse actie en zelfs niet op momenten van zogenaamde rust. Maar die doordeweekse spanning vertroebelt ons zicht op de realiteit en snijdt ons af van onszelf en anderen. Er is enige ontspanning nodig om ons die gespannenheid gewaar te worden. Als we oefenen in lichaamsbewustzijn kunnen we alerter zijn voor die achtergrondspanning.

                                                                                                    Relaxing heals what pauzing reveals (Gregory Kramer)

Als het lichaam ontspant, vindt de geest rust. Als de geest rust vindt, ontspant het lichaam. Zoals we het lichaam kunnen ontspannen, zo kunnen we gewaarworden wat in de geest verschijnt aan zintuigelijke indrukken, gevoelens en gedachten. Als we die kunnen toelaten, aanvaarden, dan hebben we wat meer vrede met onszelf. We kunnen ervoor kiezen om een zacht, vriendelijk, warm en gastvrij deken van aandacht over onszelf, inclusief onze gespannenheid, te leggen. We kunnen spanning omarmen met aanvaarding, en nerveuze reactiviteit omarmen met lichamelijk ontspanning. Zo worden we opnieuw wat meer beschikbaar voor onszelf – en voor anderen.

Aanvaarden én antwoorden

Als er zich een vervelende situatie aandient, dan hebben we die allereerst te aanvaarden. Die aanvaarding is geen verstandelijk “alles ok”-besluit dat het probeert te halen van ons “niet ok”-gevoel.

Het is lastig om je echt betrokken te voelen op een zaak en tegelijk vast te stellen dat je er geen onmiddellijk antwoord of directe impact op hebt. Dat is een proces dat kan gaan van ontkenning naar boosheid, naar verdriet, naar uiteindelijke aanvaarding. De aanvaarding van de situatie die er nu is, helpt om alle facetten ervan te onderkennen en onderzoeken, wat ons toelaat om gepast te interveniëren. Een mogelijke respons is niets doen. Sommige situaties hebben we te aanvaarden als een beperking. Het heeft geen zin te blijven vechten tegen een zaak buiten onze invloedssfeer. Maar velen onderschatten hun invloed. Ze gedragen zich “aangeleerd hulpeloos”. Dat is allicht herkenbaar. Misschien liepen we een keer te veel tegen de muur of werken we in een collectief klimaat van gelatenheid. Dat leidt tot comfortabel gezeur zonder onze verantwoordelijkheid op te nemen en iets te ondernemen. We klasseren de zaak als verloren. We hebben het al meerdere malen nadrukkelijk gemeld aan onze leidinggevende, maar hij ziet er klaarblijkelijk het belang niet van in. Wat kunnen we nog meer doen? Deze vraag stellen we retorisch, want ons antwoord is dat we niks meer kunnen doen. Maar het blijft wel een goeie vraag: wat kunnen we inderdaad nog doen? Misschien openen er zich nieuwe mogelijkheden als we onze zelfontdekking een eerlijke kans geven en een andere zijnskwaliteit aanboren.

En naast de vraag wat we meer kunnen doen en anders kunnen zijn, komen ook de vragen: Wat willen we doen? En wat
durven we (niet) doen? Als je zo eerlijk bent om vast te stellen dat je de situatie niet kan of wil aanvaarden, en als je zo eerlijk bent om vast te stellen dat je de situatie niet kan of durft veranderen, dan kan je altijd nog van situatie veranderen. (Deze komen overeen met de drie aspecten van praktische intelligentie volgens Robert Sternberg: je aanpassen aan de situatie, de situatie aanpassen of van situatie veranderen.) Dus je kan altijd een kant uit. Maar aanvaarding, als manier om je aan de situatie aan te passen, staat in feite niet tegenover verandering. Het is geen gelatenheid. Hoe meer je de situatie aanvaardt, des te beter ben je gewapend om impact te hebben. Aanvaarding is dus de ‘mindset’ die ons net in staat stelt om uitdagingen adequaat aan te gaan – voorbij boosheid en angst. In geval van sociale interactie betekent dat: van antwoord zijn, lastige opmerkingen en vragen beantwoorden, op uitdagende dynamieken constructief inspelen.

Open je aandacht naar buiten

De eerste twee stappen zijn stoppen, kijken, aanvaarden wat we bij onszelf aantreffen, en dat kan van alles zijn, inclusief ons voorthollen (niet stoppen), wegkijken (niet kijken), veroordelen (niet aanvaarden), inclusief onze verlangens en angsten, inclusief onze reactiviteit in ons voelen, denken en handelen. We omspannen spanning met ontspanning. Die ontspanning is geen slaapverwekkende relaxatie, maar het losmaken van vastgezette energie waardoor we net opnieuw vitaal in de situatie komen te staan. De volgende stap bestaat erin die ontspannen, aanvaardende aandacht te verbreden en naar buiten te richten: naar wat we horen en zien, naar de mensen rondom ons.

Als we ons onbevangen naar buiten openen, ervaren we wat we daar aantreffen als fris, nieuw en vol mogelijkheden. Zo raken we de werkelijkheid on-middellijk (d.i. niet bemiddeld door mentale plaatjes) aan, vrijer van oordelen en verwachtingen en leggen we zo de basis voor echte ontmoeting.

Vertrouw op wat komt

Het leven is verandering, een voortdurend spel van vergaan en ontstaan. Ons alsmaar veranderend lichaamsgevoel weerspiegelt deze realiteit.

Als we vertrouwen kunnen we wat er gebeurt op een onbevangen manier onderzoeken. Als we vertrouwen is er ook ruimte om het lastige en ongemakkelijke toe te laten. Als we vertrouwen kunnen we bij de “ongrijpelijkheid” van de veranderende werkelijkheid blijven. We bieden geen weerstand en proberen niks te plannen of te “doen gebeuren”. We vertrouwen dat er iets ten goede kan/zal ontstaan. We voelen ons kalm en alert. We zijn nieuwsgierig, geduldig, klaar voor wat komt. We nemen deel aan wat er gebeurt zonder dat we er de noodzakelijke veroorzaker van zijn.

En als we kijken naar wat er is – waar onze gedachten en overtuigingen deel van uit maken – ligt de werkelijkheid open, onbegrepen en on-gegrepen voor ons en dan is er misschien net méér mogelijk. Door uit onze wereld van etiketten te stappen, krijgen we dan toegang tot het leven zelf, schrijft Bieke Vandekerckhove (2010). Als we vertrouwensvol niet-weten, stoten we door naar de werkelijkheid zelf. We kunnen leren om vanuit vertrouwen, de angst voorbij, in de diepten van de realiteit te kijken. In dat vertrouwen hoeven we niet te grijpen naar methoden, technieken of taxonomieën.

Psyche betekent in het Grieks, naast ziel, ook vlinder. […] De psychologie vergeet […] dat de ziel ook ongrijpbaar is als een vlinder. (Een zuster van het Sint-Liobaklooster; in Vandekerckhove, 2010, p.63)

Ideeën, zoals ook hopelijk een enkele in deze tekst, komen van pas. Maar als we er ons te fel mee identificeren, zet het ons denken vast, maakt het dwangmatig en vernauwt onze kijk op de realiteit. Dit veroorzaakt lijden bij onszelf en anderen in de confrontatie met de woelige levensstroom. Ons denken is er om ons te dienen, maar meestal kolonialiseren onze gedachten ons. Als je die permanente invasie zou beschouwen als een ziekte, dan is geloven in het vertrouwensvol niet-weten en het dus tot een dogma verheffen, een ongeneeslijke ziekte. Onze gewiekste geest is er telkens weer op uit om de dingen terug vast te zetten. Kunnen we leren om minder te be-grijpen en meer los te laten? Kunnen we ontdekken dat leren minder “ap-prendre” kan zijn en meer “a-laisser”?

Luister diep

Luisteren betekent dat we beschikbaar, receptief, sensitief zijn. Er is luisteren naar de inhoud van de boodschap en hoe betekenis zich ontvouwt in wat iemand vertelt. Er is luisteren naar emoties door de stem en de lichaamstaal van de spreker te
observeren. Er is luisteren naar de subtiele signalen van ons lichaam. Zo komen we in contact met de vragen achter de boodschap, met de boodschap achter de boodschap, en de vreugde of het lijden erachter, naar al wat eigen is aan onze menselijkheid. In echt luisteren is er een openheid om daardoor geraakt te worden. Luisteren…

naar de woorden, de mogelijke betekenissen ervan, wat er tussen de regels wordt gezegd, wat niet wordt gezegd, het gevoel,
onderliggende behoeften, de intentie, wat je ziet, de achtergrond

met je oren, je ogen, je stem, je buik, je hart.

Spreek de waarheid

De waarheid spreken is woorden geven aan wat we ervaren. Het is geen technisch-wetenschappelijk spreken, maar een persoonlijke getuigenis met het oog op hele situatie (zie Michel Foucault over parrhesia). Eerlijk, vrij (zonder dwang), vrijmoedig. En zuinig: niet veel woorden te veel. Spreken met liefdevolle vriendelijkheid: geweldloos (zonder te kwetsen), met woorden die bij het moment passen.

Omdat woorden ons makkelijk doen opstijgen in geconditioneerde, culturele patronen, is het belangrijk om goed verankerd te blijven in ons lichaam en indien nodig terug te keren naar onszelf door te pauzeren, bewust te ademen, te ontspannen en aanvaardend bewust te worden van wat er in ons omgaat. Misschien willen we onszelf profileren en anderen onderhouden of misschien willen we net van het podium verdwijnen. Als we dit opmerken, kunnen we van daaruit onze aandacht terugleggen bij de hele situatie.

We spreken woorden van het moment en op het moment. We spreken de waarheid van het moment. Het verhaal dat we vertellen is niet voorbedacht en kant-en-klaar, maar ontstaat op het moment en verandert terwijl we het vertellen. We zijn ons bewust dat taal relatief is. En daarom zijn de woorden zelf minder belangrijk dan de situatie en de intentie van waaruit die woorden ontstaan.

De waarheid van het moment spreken doen we eenvoudig vanuit een bewustzijn van wat er gebeurt. Dit vraagt een open, eerlijke, vriendelijke, aanvaardende aandacht voor wat er zich “hier & nu” afspeelt in onze waarneming, (aan)voelen, denken, willen en handelen. We kunnen uitdrukking geven aan wat we observeren buiten onszelf, wat we lichamelijk gewaarworden, wat we voelen en waaraan we nood menen te hebben, wat we denken en welke vooronderstellingen er aan de basis van liggen, wat we willen aftoetsen, wat we willen vragen.

De waarheid spreken houdt ook in dat we duidelijkheid creëren in de mate dat die er is. Dikwijls staan er ook dingen min of meer vast en heeft het geen zin de illusie van medezeggenschap te creëren als dan achteraf blijkt dat die er niet is. Het is van belang voor mensen duidelijk zicht te krijgen op het speelveld en de bakens ervan. Als leidinggevende, als begeleider of als ouder kunnen we dat kader als minimale structuur aangeven. Binnen dit kader is er ruimte om met elkaar aan de slag te gaan. Dat mag anderen evenwel niet beletten om hun waarheid van het moment te spreken en eventueel hierbij het kader in vraag te stellen. Duidelijkheid scheppen is ook aangeven in welke mate het kader een open verzoek dan wel een dwingende eis is. Als het een echt verzoek is, kunnen anderen een alternatief voorstellen. Als het een echte eis, kunnen ze dat niet. De eis kan dwingend zijn, maar de aanvaarding ervan kan je niet afdwingen. Daarom blijft het belangrijk dat anderen uiting kunnen geven aan wat ze beleven, en dat we dit ook horen en erkennen.

Dit zijn zeven stappen die we telkens weer kunnen doorlopen. Iteratief. Bij de opstart van een gesprek kunnen we als intentie meenemen en naar vermogen in de praktijk brengen. Ook tijdens een interactie kunnen we telkens opnieuw beginnen door eigen reactiviteit op te merken en onszelf te herpakken. Het is nooit te laat.

Referenties

 

Kramer, G. (2007). Insight Dialogue. An Interpersonal Path to Freedom. Shambala Publications.

Vandekerckhove, B. (2010). De smaak van stilte. Ten Have, Lannoo

Facebook Twitter Google+ LinkedIn
Last modified onvrijdag, 12 februari 2016 22:13
+32 (0)473 490 568
+32 (0)16 35 62 87
Hoegaardsesteenweg 62
3360 Opvelp (Bierbeek)
×

Log in