Meditatie in 7 metaforen

Meditatie in 7 metaforen

Over meditatie wordt op heel verschillende wijzen gesproken. Op basis van een eerste inventarisatie kom ik bij zes perspectieven of metaforen uit, met een zevende erbovenop. Maar om te beginnen vermeld ik toch eerst nog even een nulde perspectief.

0. Meditatie als zweverige nonsens. Iets dat uitvonden is door zij die culturen door elkaar haspelen, vreemde houdingen aannemen in de hoop ooit van de grond te komen, een spirituele (lees: irrationele) taal spreken die al even wollig is als hun zelf gebreide sokken, en in plaats van hun tijd te verdoen met “"mediteren"” beter deftig werk zouden zoeken.

1. Meditatie wordt dikwijls voorgesteld als een training van de geest. Open aandacht valt te vergelijken met een mentale spier, die sterker en groter kan worden, maar ook kan atrofiëren. De vergelijking valt wel eens met piano leren spelen: oefenen, oefenen en oefenen is de boodschap. Je leert het niet in één, twee, drie, maar door vol te houden en door te gaan totdat we het in de vingers krijgen. “Use it or lose it.” Wetenschappers gaan in de hersenen kijken en stellen inderdaad vast dat door te mediteren bepaalde hersengebieden in omvang toenemen (en andere in omvang afnemen).

Mediteren doe je om fit en sterk te zijn: om er (bijvoorbeeld professioneel) te staan, om meer te kunnen genieten van meevallers en veerkrachtiger te kunnen antwoorden bij tegenslagen. We zijn geoefende krijgers, misschien zelf “spiritual warriors”, die het leven moedig tegemoet treden.

2. Zelfhulp. We voelen ons niet altijd even goed in ons vel en de hedendaagse psychologie reikt ons concepten aan om daar woorden aan te geven: stress, burn-out, ADHD nu ook voor volwassenen, … Meditatie wordt dan voorgesteld als een (deel van de) oplossing voor angst- en spanningsgerelateerde “aandoeningen”. De mentaal gezonde mens heeft in die redenering geen meditatie nodig. “Ik heb de laatste tijd alles onder controle, dus ik heb er momenteel geen behoefte aan.”

Mediteren doe je als patiënt, als de nood hoog is, als we het niet meer vanzelf trekken, (niet als “warrior” maar) als “worrier”. Maar ook wel als “empowered patient" die zich niet al te afhankelijk wil maken van medicatie en hulpverleners en wat dat allemaal kost. Meditatie zit in de gereedschapskist van de hulpbehoevende doe het-zelver.

3. Meditatie wordt ook wel eens voorgesteld als een vorm van reiniging. Zoals we onze handen wassen en onze tanden poetsen, is het even nodig om dagelijks onze geest proper te maken. (Verwant hieraan wordt meditatie als bewustzijnstoestand onze “default mode” genoemd en mediteren als praktijk een manier om onszelf te “resetten”.) Drukte, conflicten en andere lastige situatie gaan samen met negatieve emoties en gedachten, en die negatieve emoties en gedachten zijn “besmettelijk”. (En als die in ons systeem doorbreken dan kan je van een “mentale ontsteking” spreken; en komen we op bovenstaand spoor van meditatie als zelfhulp uit). Bepaalde omgevingen en mensen worden “toxisch” genoemd, en als we daarmee in aanraking komen is ontsmetting aangewezen. Zoals Pasteur de bacterie ontdekte en daarmee hygiëne een wetenschappelijke onderbouw gaf, gaat iemand als Jon Kabat-Zinn of Dan Siegel misschien de geschiedenis in als de man die de mentale hygiëne op de kaart zette. Zo hopen we op een lang en gezond leven.

bevrijdendeintimiteit

De eerste drie perspectieven hebben een uitgesproken individueel-instrumenteel karakter: ze benadrukken dat het individu er baat bij heeft. De volgende drie perspectieven benadrukken de sociaal-collectieve dimensie van meditatie.

4. Meditatie kan ook worden gezien als verzet. Als mensen mediteren, resisteren ze het geregelde bestaan, waarin we worden aangejaagd tot activisme (doen, doen, doen) en waarin de inflatie van ervaring onze aandacht consumeert. Mediteren wordt gekenmerkt als een radicaal hiermee (even) stoppen, een stille maatschappijkritiek. Sommigen maken gewag van een stille revolutie. Meditatie wordt zo een maatschappelijk bewuste, haast politieke daad. Dit idee duikt op in het werk van David Brazier.

In de lemniscaat (zie figuur; met dank aan Francis Gastmans) ligt dit “verzet” in het verlengde van “reinigen”. Het moderne bestaan, maar breder het conformistische bestaan waarin we bevangen, of “besmet”, geraken door het maatschappelijk discours. Om onze geestelijke gezondheid te garanderen moeten we ons terugtrekken, afstand nemen om ons opnieuw bewust te worden. Wat de geconformeerde mens ziet als normaal, wordt een vorm van waanzin die – hoewel onvermijdelijk – geresisteerd dient te worden om ons menselijk en maatschappelijk potentieel ten volle te realiseren. In dat verzet keren we de wereld de rug niet toe, maar herbronnen we ons om net die wereld opnieuw open en liefdevol tegemoet te treden.

5. Meditatie wordt ook gekaderd als een leefwijze, een “way of life”. Meditatie is in die benadering geen techniek, zelfs geen formele beoefening, maar een zijnswijze, een manier van in het leven staan. Mediteren doe je niet op je zitkussen of op je yogamatje, maar op elk moment van de dag. Dat vinden we terug bij Eckhart Tolle. “Hoe kunnen we met onbewuste mensen omgaan?”, vroeg een toehoorder hem. “Door nog bewuster, nog meer present te zijn dan anders”, was zijn antwoord. Op die manier wordt “bewust zijn” een identiteit, een kenmerk van een groep, en valt de wereld bijgevolg à la limite uit elkaar in twee soorten mensen, zoals de vraagsteller vooronderstelt: de bewusten en de onbewusten, en de eersten hebben de tweeden te emanciperen. Dat gebeurt in de eerste plaats niet door te prediken of door het uitrollen van heropvoedingsprogramma’s, maar door zelf present en bewust te zijn. Als we bewust zijn, laten we het licht schijnen in de duisternis, én laten tegelijk de zwarte gaten zwart zijn: sommige mensen hebben gewoonweg hun ritje uit te zitten, schrijft de fictieve antigoeroe Jed McKenna.

6. Meditatie is voor heel wat beoefenaars ook een ritueel. In die opvatting is het een formele handeling, een edel gebaar waarmee we aan iets uitdrukking geven en waarmee we deel uit maken van een bredere beweging. Telkens als je mediteert, neem je deel aan iets waartoe op dit eigenste moment duizenden mensen zich engageren. Sommige mediteerders komen regelmatig samen om te mediteren, maar ook al doe je het op je eentje, treedt je op dat moment toe tot de praktijkgemeenschap van mediteerders.

In de figuur staat het “ritueel” niet toevallig in verlengde met “training”. Net zoals in geval van training dient het ritueel sowieso met enige regelmaat herhaald te worden om verandering te bewerkstelligen – dat weet de mediteerder net zo goed als de gewichtheffer. Die herhaling impliceert geen afstomping, integendeel. Het ritueel is volgens Confucius geen uitgeholde, bijgelovige gewoontehandeling, maar een oefenplaats, een transitieruimte waarin we even een nieuwe wereld laten ontstaan, een “alsof-wereld”, schrijft Michael Puett. Het ritueel maakt van ons op dat moment voor even een andere persoon, die op een andere, meer sensitieve, levendige manier in relatie staat met de wereld, en van daaruit de wereld beetje bij beetje kan veranderen. In het ritueel ontdekken of construeren we tijdelijk een betere versie van onszelf-in-de-wereld.

Elke van deze perspectieven – inclusief degene die ik onvermeld laat, want ik claim geen volledigheid – heeft zijn bestaansrecht. Ze kunnen gezien worden als metaforen, en zoals dat gaat met metaforen lichten die een bepaald aspect van een fenomeen op. Het komt erop aan om niet opgesloten te geraken in één of een beperkt aantal van deze perspectieven, maar naar gelang de concrete situatie van perspectief/metafoor te wisselen om (*) aansluiting te maken met onze gesprekspartners, maar ook om (*) het beperkende beeld dat zij eventueel van meditatie hebben uit te dagen en te verruimen. Hoe speelser we hiermee omgaan, hoe meer recht we doen aan wat meditatie in feite is.

In Dansen met de wereld en Ontdek Jezelf passeren elk van deze perspectieven de revue - terloops, niet zo systematisch als hierboven - maar werk ik bovenal een zevende perspectief uit.

7. Meditatie als thuiskomen, of in de woorden van Peter Hershock: als bevrijdende intimiteit. Ik plaats deze in de spil van het lemniscaat, in de kern waarrond de zes andere invullingen draaien. Bevrijding staat in het lemniscaat aan de ik-zijde: onze bevrijding is een bevrijding van onszelf. Die toestand wordt verlichting of diep inzicht genoemd. Intimiteit staat aan de wij-zijde. Zenmeesters beschrijven meditatie als intiem worden met de werkelijkheid, met onszelf en de mensen om ons heen. Hiermee drukken ze de relationele aard van onze menselijke existentie uit. Ik spreek in dat verband graag over ontmoeting. De bevrijde mens is in staat tot ontmoeting, en ontmoeting is de weg naar bevrijding. We bevrijden niet onszelf; we worden in de ontmoeting bevrijd. In de bevrijdende intimiteit verdwijnen het ik en het wij naar de achtergrond, en treedt het proces van voortdurend ontmoeten op de voorgrond, wat ervaren wordt als thuiskomen.

Ik heb van alles – niets dat me niet gegeven is, en zelfs dat niet
Ik doe maar wat – alles wordt gedaan in de dans van bevrijdend ontmoeten
Ik ben altijd wel ergens – thuis in het nergens
Facebook Twitter Google+ LinkedIn
Last modified onzaterdag, 01 oktober 2016 13:14
+32 (0)473 490 568
+32 (0)16 35 62 87
Hoegaardsesteenweg 62
3360 Opvelp (Bierbeek)
×

Log in