De onderwijsopdracht

De onderwijsopdracht

Stel: je staat in het onderwijs en je wil wat! Wat zou dat dan mogen zijn? Heel algemeen gesteld is mijn antwoord: leerlingen en studenten helpen om in een open onderzoek te stappen over (1) wat het geval is, en (2) wat nastrevenswaardig is. Leraren en docenten stellen zich in dat geval op als "zoekers" en "denkers" (eerder dan “weters” en "oordelaars" met "kant en klaar” cursussen en handboeken op het schap). Wat impliceert dit zoal?

  1. Een brede intellectuele vorming nastreven: studenten leren hun vakdomein begrijpen vanuit een breder sociaal-maatschappelijk-intellectueel perspectief. Concrete kennis en vaardigheden worden "contextueel" aangeleerd en zoveel mogelijk ingebed in real-life praktijken.
  2. De ontwikkeling van zelfinzicht ondersteunen: studenten leren zicht krijgen op de eigen sterktes en “tere plekken” als mens, en op aspiraties die richting kunnen geven aan levenskeuzes.

Wat leren studenten? Vakken die hen inleiden in het vak? Enkele eerste stappen in de richting van vakmanschap? Allicht, maar studenten leren in de eerste plaats student zijn. "School learning is learning school" (Etienne Wenger). Studenten leren begrippen en theorieën en technieken. Allicht, maar wat ze ook - en niet in de laatste plaats - leren, is hoe om te gaan met docenten en medestudenten van allerlei slag. Wat nemen studenten mee als ze de universiteit verlaten? Begrippen worden vergeten, theorieën verliezen in de praktijk hun relevantie, technieken geraken verouderd. Wat studenten duurzaam leren is bijvoorbeeld hoe ze leren, hoe ze met succes en tegenslag omgaan, hoe ze belanden in competitie en komen tot samenwerking, en misschien wel vooral hoe ze met mensen omgaan waarvan ze afhankelijk zijn: mensen die hen beoordelen, zoals later ook hun leidinggevenden, klanten en naaste medewerkers zullen doen.

Naast een inhoudelijke en procedurele kant - curriculum en didactiek – heeft het onderwijs ook een relationele dimensie. Je creëert volwassenen door met jongvolwassenen volwassen relaties aan te gaan. Communicatie tussen docent en student dient vorm te krijgen vanuit een sfeer van gelijkwaardigheid waarin ieders verantwoordelijkheid wordt gevaloriseerd.

Behorend tot de verantwoordelijkheid van de docent:

• helder zicht op de centrale “boodschappen” (inzichten, waarden) die men werkelijk wil uitdragen;
• geloof en vertrouwen in student om deze boodschap op hun eigen manier op te pakken en mee te nemen;
• een gezond relativeringsvermogen ten aanzien van het eigen expertisedomein;
• studenten helpen om zichzelf te zijn; studenten aanmoedigen om vrijuit te spreken;
• bouwen aan een sfeer van vertrouwen en openheid door voorbeeldgedrag te stellen;
• waardering voor de student hebben als persoon; interesse hebben voor wat hen bezig houdt;
• een attitude in de lijn van "we trekken de student aan die we verdienen" en "we treffen de studenten aan zoals we ze vormen".

Samenvattend: studenten begeleiden door hen ten dienst te zijn.

Facebook Twitter Google+ LinkedIn
Last modified onzondag, 31 juli 2016 19:32
(0 votes)
+32 (0)473 490 568
 
×

Log in