Brief aan het andere kind

Brief aan het andere kind

Een klein meisje zei: “Mama en papa en mijn broer zijn hetzelfde. Ik ben anders.” Laat ik me hier richten tot het andere kind, daar ginds of helemaal hier in jezelf. Om het in hedendaagse termen concreet te maken: tot het hoogbegaafde én hoogsensitieve kind met ADHD dat – je raadt het al – ook binnen het autisme spectrum valt. Dit is een brief aan het andere kind dat volwassen werd en terugblikt op zijn jeugd. Dit is ook een brief aan zijn ouders en leerkrachten die hinder ondervonden, en aan de neuropsychiater en de orthopedagoog die vakkundig de afwijking vaststelden en remedies voorschreven. Maar ik richt me vooral ook tot ieder die geboeid is door de vraag hoe we omgaan met verschil.

We zijn allemaal anders, maar sommigen zijn nog meer anders dan de anderen. Dat is goed nieuws, want vanuit ons ‘anders-zijn’ kunnen we creatief bijdragen aan de wereld. Maar de wereld die we samen maken, wil niet altijd bijdragen aan ons anders-zijn. Verschil verstoort, is nogal lastig en kan bedreigend overkomen. Het wordt daarom makkelijk geproblematiseerd. Maar goed omgaan met verschil is tevens dé belangrijkste hefboom om uit de impasse te geraken waarin we collectief lijken te verkeren. Hieronder beschrijf ik drie maatschappelijk relevante manieren om verschil te duiden, geordend van grof naar subtiel: (1) een economisch-sociologische polariteit tussen winnaars en verliezers, (2) een sociologisch-psychologische polariteit tussen dominant en alternatief, en (3) een psychologisch-spirituele polariteit tussen pantser en ruggengraat.

Presteer en win, of word ziek!

Er valt vast te stellen dat verschil tussen kinderen meer en meer geduid wordt aan de hand van psychodiagnostiek. Verschil wordt op een psychologische schaal uitgezet van minder naar meer, dan worden er gemiddelden berekend en normen bepaald, aan de hand van die normen meten we de afwijking. Wat is daar goed aan? Het antwoord lijkt simpel: als we weten wat er afwijkt, wat er aan de hand is, dan kunnen we er iets aan doen, gepaste maatregelen treffen zodat het kind normaal kan functioneren in deze samenleving. En de school is hier een eerste representatie van die samenleving. In scholen leren kinderen om productief te zijn en op die domeinen waaraan de samenleving meent nood te hebben. De samenleving is als een snelle rivier en de school is als kweekvijver van snelle vissen. Kinderen leren presteren en liefst onder tijdsdruk. De school disciplineert tot arbeid. En later, eens aan het werk, vinden we die disciplinering ook terug in hoe de organisatie, en wij
daarin, gemanaged worden – in “integrale kwaliteitszorg” en “human resource management” (zie bijv. Langenberg, 2012). Functioneringsopvolging van leerlingen of medewerkers gebeurt in een sfeer van voortdurende evaluatieve en vaak competitieve druk. Maar wat met de trage vissen? Wat met de verstrooide, bewegelijke, creatieve, chaotische vissen die buiten de lijntjes zwemmen?

Hoe gaan we om met de mens die niet in het plaatje past? Hoe krijgen we ook die operationeel, productief, performant? En hoe kunnen we ter wille van de efficiënte inzetbaarheid van middelen de score op die parameters opdrijven? Hoe creëren we “winners” en hoe houden we dat succes vast? Hoe voorkomen we dat we “losers” worden en hoe geraken we er (curatief) van af? Hoe krijgen en houden we zoveel mogelijk mensen in de hoofdstroom van de samenleving, waarin we succesvol en productief zijn en waarmee we welvaart creëren voor zowel het bedrijf waarin we werken, als voor onszelf?

We leven in een duale samenleving met aan de ene kant de winnaars en aan de andere kant de verliezers. Er is rijk die neerkijkt op arm. Er is ook de werknemer die promotie maakt en zijn collega die pijnlijk in aanmerking komt voor demotie. Je hebt (telkens weer dezelfde) mensen die het podium krijgen en al die anderen die publiek mogen zijn. De leerlingen die boven de mediaan presteren worden geplaatst tegenover de leerling die eronder vallen. Na een toets noemt de lerares voor de klas de namen van de leerlingen die een 10/10 behaalden, waardoor duidelijk wordt wie die (weer eens) niet behaalde. We streven ernaar om succesvol te worden en te blijven. Er is die hoop dat onze kinderen “winners” zullen zijn en geen “losers”. Helaas (en gelukkig maar) is de grens tussen winnen en verliezen dunner dan we graag geloven. De boot van het succes
kan snel en onverwacht kapseizen. In de turbulentie van de stroom gaan mensen kopje onder. De strijdvaardigen krijgen last van frustratie. Manie slaat om in depressie. Enthousiaste medewerkers steven in een permanente staat van overactiviteit af op een burn-out. Of er sluipt vermoeidheid in ons plichtbewustzijn die er niet meer lijkt voorbij te gaan: chronisch vermoeidheidssyndroom. Narcistische ‘top’-managers verzieken het klimaat in hun organisatie met depersonalisatie, psychosomatiek en absenteïsme als gevolg. Na jarenlange trouwe dienst wordt tijdens ons pensioen die sluimerende eenzaamheid manifest en acuut. In België stappen elke dag drie mensen uit het leven. Psychisch lijden kan je zien als een reflectie van hoe we in deze maatschappij bezig zijn. De patiënt in de samenleving is als de kanariepiet in de mijn, schrijft Dirk De Wachter (2012). Psychiaters zoals hij houden ons kritisch de spiegel voor. Durven we erin kijken?

Psychofarmaceutica lappen ons (20 percent van de Belgen) elke dag op. Relatine brengt de aandacht terug waar die hoort: bij de te volbrengen taak hoe zinvol of zinloos die ook is, antidepressiva houden de goede moed en juiste motivatie erin, en angstonderdrukkers maken het ons makkelijker om ons onbevreesd in de strijd te gooien. Relatine, antipressiva en angstonderdrukkers: de ideale cocktail voor de brave soldaat.

Als we niet winnen, kunnen we nog altijd de kaart trekken van de ziektewinst. (Annoo 2015 zit acht percent van de werknemers in België al langer dan een jaar thuis ziek te wezen, en daarbij steeds meer jonge mensen.) Ziek zijn lijkt een uitweg uit de meritocratische kramp die in ons gezicht schreeuwt dat we succes en mislukking enkel en alleen aan onszelf te danken hebben. Patiënt zijn is een aantrekkelijker alternatief dan een mislukkeling zijn, omdat we dan nog kunnen hopen op wat begripsvolle aandacht – als we niet overdrijven.

Tegen al eens verliezen kunnen de meesten, maar door het leven gaan als een “loser” is andere koek. De loser zal op de een of andere manier op zoek gaan naar rehabilitatie. We willen allemaal aan onszelf waarde kunnen toekennen. Daarvoor zijn heel wat strategieën te bedenken. Dagdromen ooit een winnaar te zullen zijn, is daar een van. Geloven in complottheorieën, is een andere. Nog een andere is radicalisering: een geloofsovertuiging construeren waaraan we waardigheid kunnen ontlenen en die een wraakoefening op de gevestigde orde rechtvaardigt. Hoe dualer de samenleving, hoe gewelddadiger die zal blijken.

Hoofdstroom, zijstroom

Als we wat verder kijken dan de hiërarchische en grove dualiteit tussen winnaars en verliezers, dan tref je in de samenleving ook een polariteit aan tussen de hoofdstroom waar het water snel stroomt, en de zijstromen aan de oever waar mensen een ander ritme vinden. Je hebt allerlei “alternatieve” bewegingen, zoals de “slow movement”, milieuactivisten,  dierenrechtenactivisten, de transitiebeweging, duurzaamheidsbewegingen rond materialenbeheer en alternatieve energiebronnen… Ze gaan ervan uit dat je nieuwe uitdagingen niet kan aangaan met oude formules. In de zelling van de rivier boetseren ze in de luwte aan nieuwe stromingen. Onder de radar. Buiten het blikveld van de gevestigde orde die zijn belangen verdedigd wil zien, ook al davert die orde hoe langer hoe meer op zijn grondvesten. Er dreigt hierbij het gevaar van wederzijdse minachting. Vanuit de hoofdstroom wordt zijstroom dan gezien als een “soft” en naïef geitenwollensokkengedoe. De zijstroom neigt de hoofdstroom te beschouwen als zelfzuchtig, machtsgeil en onbewust. Meer en meer ook komen mensen in een gespletenheid terecht: vanuit hun functie hebben ze het bestaand systeem te verdedigen, maar als mens horen ze zichzelf – na de werkuren onder vrienden – dit systeem in vraag stellen. In hun handelen zwemmen ze in de hoofdstroom en in hun hart koesteren ze sympathie voor de zijstroom. Dat zie ik gebeuren aan universiteiten, in de psychiatrie, in de kunsthuizen.

Er is gelukkig enige beweging tussen hoofd- en zijstroom. Zijstromers stromen bijvoorbeeld de hoofdstroom binnen onder het mom van organisatieadvies en coaching, zoals “art of hosting”, opstellingswerk, cocreatieve procesadvisering, mindfulness, waarderend onderzoek …, en stellen zo de dominante logica in vraag. In het beste geval dagen ze zoals Socrates vriendelijk, eerlijk en niet vrijblijvend de systemen uit waarin ze terecht komen. (In het slechte geval laten organisatieadviseurs zich prostitueren, bijv. als verkoper van en bliksemafleider voor onpopulaire beslissingen van het hoger management.) Ook kantelen hoofdstromers naar de zijstroom. Bedrijfsleiders beslissen meer te leven naar wat ze echt belangrijk vinden en gaan een ngo leiden, bijvoorbeeld. Maar dat gebeurt helaas niet zo dikwijls. Hooggeplaatsten zitten op “hun” plaats omdat ze erg intelligente overlevers zijn (geworden). Ze zijn de beste zwemmers in de hoofdstroom. Ze spreken vlot, denken snel, weten veel en beslissen doortastend. Ze hebben geleerd om levenskwaliteit te definiëren in functie van succes en om vervolgens succesvol te zijn, het spel te spelen, kansen af te dwingen en te gebruiken. Dit maakt het hen moeilijk om het spel in vraag te stellen waarin ze zo goed zijn geworden en om eerlijk en open te kijken naar wat er zich in hun eigen hoofdstroom als ook in de zijstroom afspeelt. Chris Argyris, eminent gris van de organisatiepsychologie, schreef er een artikel over: “waarom intelligente mensen niet leren”. Natuurlijk leren ze wel. De vraag is wat ze wel en niet leren. Hoe normaal en succesvol hun leven ook lijkt, op hun leren blijken serieuze filters te zitten. En ze hebben geleerd om die filters uit beeld te houden.

Maar dan keert het tij. Wat nooit ging gebeuren, gebeurt toch. Plots worden ze ziek. Een dierbare overlijdt. Hun bedrijf gaat in faling. Ze worden onverwacht aan de kant geschoven, ontslagen, moeten op pensioen, en komen zo willens nillens tot vertraging, stilstand. En de intelligente machinerie die rationalisatie noemt, hapert. Er komt een barst in hun pantser en ze worden minder onverschillig en terug gevoeliger. Het leven toont hen een spiegel die ze minder makkelijk kunnen negeren. Ze worden zelf (nauw betrokken bij) de “collateral damage” die zelf jarenlang mee veroorzaakten. Ze gaan kopje onder in de onverbiddelijke stroom en komen als drenkelingen aan de oever terecht aan de binnenkant van een meander waar het water lager staat en minder snel stoomt. Daar worden ze misschien aangesproken door een zijstromer, en komen ze al even misschien tot een goed gesprek. Misschien kijken ze in het kalme water en zien ze hun eigen gelaat. En de keien op de bodem. En zien ze dat ze geen steen in de rivier kunnen verleggen, als ze helemaal met de stroom mee stromen.

Van schaal naar wervel

Hoe komen we tot stilstand in de levensrivier? Hoe komen we op onze twee voeten terecht zodat we door de stroom kunnen waden in plaats van ons erdoor te laten meenemen? Om hierop een antwoord te formuleren verlaat ik even de metafoor van de stroom en schakel ik over naar een ander beeld. Wij mensen, winnaars en verliezers, in de hoofdstroom of in de zijstroom, gedragen ons psychologisch als schaaldieren, zou je kunnen stellen. We construeren heler constellaties van reactieve patronen, die ons beschermen en afschermen van de wereld, onszelf incluis. Al die patronen vormen samen onze pantser. We hebben bijvoorbeeld pantsers van arrogantie, professionalisme, brutaliteit en cynisme, maar ook van vriendelijkheid,  verlegenheid, klungeligheid, beleefdheid en naïviteit.

En telkens als we botsen met de wereld is dit een uitnodiging om onze pantser, als ware het een harnas, af te leggen en opnieuw raakbaar in het leven te staan. Maar dikwijls leiden die botsingen ertoe dat we die pantser verder uitbouwen en sofisticeren. Sommigen construeren zelfs een “geen pantser”-pantser. “The greatest trick the devil ever pulled was convincing the world he did not exist.” Ze stralen bijvoorbeeld familiariteit, rust, zelfzekerheid, optimisme uit aan die anderen kan intimideren omdat er een akelige, manipulatieve uitwerking vanuit gaat. Bewust of onbewust zijn ze uit op controle en macht. Daarom beleven we contact met hen als verwarrend, onbevredigend en zelfs bedreigend. Die dreiging gaat uit van de niet gevoelde angsten en woede die achter de pantser schuilen en dreigen om uit te halen. De zwaar gepantserde mens is een kruitvat van overweldigend sentiment, radeloze wanhoop en tomeloze agressie. Mensen die makkelijk te koop lopen met bewustzijn en verlichting, vallen door de mand van zodra ze niet krijgen waar ze vanuit hun manipulatie op uit zijn. Maar kunnen we hen begrijpen? Want net zoals zij, hebben ook wij, net als iedereen, een zekere pantsering. Bij sommigen is die eerder “hoofdig”-rationeel, bij anderen eerder stoer, bij nog anderen emotioneel, of spiritueel…

Als mens gaan we gelukkig niet enkel als schaaldieren, maar ook “gewerveld” door het leven. De gewerveld mens heeft een sterke rug en een zachte buik. Zijn kracht zit in zijn vermogen om, net tegenovergesteld, de werkelijkheid open en eerlijk te onderzoeken, ernaar te kijken vanuit nieuwsgierigheid. Een belangrijk aspect van die werkelijkheid is lijden. De gewervelde mens gaat die niet uit de weg. Hij voelt die in zichzelf en bij anderen, en is daar op een ontvankelijke manier op betrokken. Hij voelt vermoeidheid, boosheid, verdriet, maar ook diepe vreugde. Hij voelt blijdschap, euforie, extase, maar ook diepe vreugde. Die open onderzoekende houding is niet “soft” voor “softies”, maar is in zekere zin bikkelhard, veel harder dan cijfers, want het vraagt om een bloedeerlijke relatie met zichzelf voorbij gemakkelijke conclusies en comfortabele illusies. Die ruggengraat is het anker dat ons kan doen stilstaan in de stroom. Maar dat kunnen we maar als we ook met een “zachte borst en buik”, d.i. mild, warm en liefdevol in het leven staan. Mildheid maakt eerlijkheid mogelijk, maar ook wat we in dit eerlijk onderzoek ontdekken, maakt ons ook mild voor onszelf én voor anderen. (Noot: zij die enkel “mild” zijn voor anderen en niet voor zichzelf, zijn niet mild zoals het hier wordt bedoeld.)

Verschil tussen mensen kan verticaal gekaderd worden in termen van winnen en verliezen, of horizontaal in termen van dominant-conserverende hoofdstromers en alternatief-innovatieve zijstromer. De grove opdeling van wereld in winnaars en verliezers gaat voorbij aan de dynamische complexiteit van de werkelijkheid: het kan verkeren. De meer verfijnde opdeling in hoofdstromers en zijstromers doet vermoeden dat er een latente en manifeste behoefte is aan ontmoeting en open uitwisseling tussen beide stromingen. Welnu, om die ontmoeting mogelijk te maken is het volgens mij noodzakelijk goed te kijken naar een derde manier waarop we verschil tussen mensen kunnen kaderen. Enerzijds de gepantserde mens: sterk aan de buitenkant en week aan de binnenkant, en anderzijds de gewervelde mens met zijn sterke rug en zachte buik. Elk streven naar een duurzame, menselijke wereld staat of valt bij ons vermogen om onze pantser meer en meer af te leggen, en onze ruggengraad te verstevigen en te rechten, om zo elkaar aan te gaan, met al onze verschillen, ja, met al onze pantseringen. (Ik schreef er een boek over: Dansen met de wereld. Psychologie van de ontmoeting.) Zo kunnen we een verschil maken, in de stroom stenen verleggen, veel stenen, en niet alleen vanuit de zijstroom of vanuit de hoofdstroom, en niet alleen als “geboren winnaar”, maar ook als “onverbeterlijke verliezer”.

Referentielijst

De Wachter, D. (2012). Borderline Times. Het einde van de normaliteit. Lannoo Campus.

De Weerdt, S. (2012). Dansen met de wereld. Psychologie van de ontmoeting. Academic & Scientific Publishers.

Foucault, M. (2011). De moed tot waarheid. Boom.

Langenberg, S. (2012). Kritiek als omslagpunt. Organisatie & Ontwikkeling, 4, 38-41.

Facebook Twitter Google+ LinkedIn
Last modified onwoensdag, 23 december 2015 12:16
(0 votes)
+32 (0)473 490 568
 
×

Log in