Aan de oever, in de zijstroom, door de onderstroom: levensloopbaanontwikkeling

Aan de oever, in de zijstroom, door de onderstroom: levensloopbaanontwikkeling

https://en.wikipedia.org/wiki/Wild_River_(Androscoggin_River_tributary)#/media/File:WildRiver.JPG

De moderne professional, de mens in de hoofdstroom, lijkt ingedommeld in de jachtigheid van zijn geïnstitutionaliseerd bestaan. Hij is… bezig. Bezig met de job, bezig met de loopbaan. Uitdagende bezigheid. Stresserende bezigheid. Saaie bezigheid. Bezigheid. En organisaties houden hen bezig.

Aan de oever
Maar daar komt wel eens verandering in. Veel mensen steken vroeg of laat de straat van hun eigen leven over, soms door tegenslag, soms na moedige overweging. Maar dat laatste gebeurt helaas niet zo dikwijls. De succesvolle professional zit stevig in het zadel omdat hij nu eenmaal een erg intelligente overlever is (geworden). Hij is de betere zwemmer in de hoofdstroom: hij spreekt vlot, denkt snel, weet veel, beslist doortastend en kan zijn geweten indien nodig het zwijgen opleggen. Hij heeft geleerd om levenskwaliteit te definiëren in termen van succes en om vervolgens succesvol te zijn, het spel te spelen, kansen af te dwingen en te benutten. Het is niet gemakkelijk om het spel waarin je goed bent geworden, in vraag te stellen. Het is niet gemakkelijk om eerlijk en open te kijken naar wat er zich afspeelt op plaatsen waar er leven en levendigheid, heelheid en heilzaamheid is. Wat kan er nu verkeerd zijn aan een normaal en succesvol leven leiden?

Maar dan keert het tij. Plots worden we ernstig ziek. Of we vinden op een ochtend de energie niet meer om op te staan. Een dierbare overlijdt. Het bedrijf gaat in faling. We worden onverwacht aan de kant geschoven, ontslagen, moeten op pensioen. En komen zo willens nillens tot vertraging, stilstand. De intelligente machinerie van rationalisatie en zelfrechtvaardiging hapert. Er komen barsten in onze pantser; we worden minder onverschillig en terug gevoeliger. Het leven toont zich als een spiegelbeeld dat we nu minder makkelijk kunnen negeren. We stellen misschien vast dat we zelf deel zijn geworden van de “collateral damage” die we jarenlang mee veroorzaakten. We gaan kopje onder in de onverbiddelijke stroom en komen als drenkelingen aan de oever terecht aan de binnenkant van een meander waar het water lager staat en minder snel stoomt. Daar worden we misschien aangesproken door een zijstromer, en komen we misschien tot een goed gesprek. Misschien vragen we ons de zin af van waarmee ze bezig zijn. En misschien vertelt de zijstromer ons dat we geen steen in de rivier kunnen verleggen als we helemaal met de stroom mee stromen.
Als dit disruptief gebeuren goed verloopt, krijgen we op de een of andere manier opeens een vollediger beeld van het geheel. We worden door iets dat ons vreemd is geraakt en komen tot het besef dat er ons iets anders te doen staat. We dachten al die tijd “realistisch” in het leven te hebben gestaan, maar nu we de realiteit onder ogen krijgen, ontstaat er een fris “idealisme”, een zinvolheid, vanuit de kracht van onze verbeelding over hoe het anders zou kunnen. Met een grote openheid voor wat er zich aandient in het moment op zoek naar hoe we waarde kunnen toevoegen. Zonder het te kunnen garanderen. Op de tast, zonder veel houvast. Eerder onvoorbereid, improviserend. Klaar, in de zin van helder en wakker, ontvankelijk. Klaar, in de zin van voorbereid maar dan zonder vast plan. We staan energiek open voor de dingen en misschien voelen we ons enigszins als herboren: frisser, vitaler, vreugdevoller, lichter en krachtiger dan daarvoor.
Waarachtige vernieuwing is niet modieus, is geen facelift, geen variatie op hetzelfde thema, niet net anders genoeg om te verleiden, maar ontstaat in de terugkeer naar onze menselijkheid. Om die terug te vinden hebben we het perifere nodig, een beweging van hoofdstroom naar de zelling aan de oever waar het water ondiep is, een afzonderlijke plek die het ons mogelijk maakt om ons te bevrijden uit de waan van de dag, om afstand te nemen van het gevulde leven waarin we voeling verloren met datgene wat er werkelijk toe doet. En hier aan de oevers van het leven waar er een ander ritme wordt gevonden, ontmoeten we anderen die onze aspiraties delen. En vanuit die uitwisselingen ontstaat er verbinding en gemeenschapszin vanuit de overtuiging dat nieuwe uitdagingen niet kunnen worden aangegaan met oude formules. In de zelling van de rivier boetseren ze in de luwte aan nieuwe stromingen, aan zijstromen. Onder de radar. Buiten het blikveld van de gevestigde orde.

In de zijstroom
Zijstromers zijn net zijstromers omdat ze ooit geraakt werden door de realiteit van de mens in de marge of door al wat de mens in de marge plaatst: plant, dier, water, lucht, aarde. Zijstromers kwamen terug in het ingevoelde leven terecht. Sommige maakten die ontwikkeling mee mogelijk door contemplatieve en meditatieve praktijken. Anderen struikelden, vielen, kwamen voldoende hard neer en barstten open. In de zelling aan de oever komen mensen tot echte ontmoeting. Ontmoeting is niet mogelijk zonder intimiteit. In de hoofdstroom weren we die intimiteit af omdat we dan onze autonomie opgeven. Maar achter die zelfbescherming zit er iets raakbaar… Waardoor worden we geraakt?
Meer en meer ook komen mensen in een hypocriete gespletenheid terecht: vanuit hun functie hebben ze het bestaand systeem te verdedigen, maar als mens horen ze zichzelf na de werkuren dit systeem in vraag stellen. In hun handelen zwemmen ze in de hoofdstroom en in hun hart koesteren ze sympathie voor de zijstroom. Er is ook enige beweging tussen hoofdstroom en zijstroom. Hoe mensen zoal van de hoofdstroom in de zijstroom terecht komen, werd hierboven geïllustreerd. Zijstromers stromen ook opnieuw de hoofdstroom binnen onder het mom van organisatieadvies en coaching, zoals “art of hosting”, opstellingswerk, cocreatieve procesadvisering, mindfulness, waarderend onderzoek … In het betere geval stellen ze de dominante logica in vraag. Zoals Socrates dagen ze eerlijk, vriendelijk maar niet vrijblijvend de systemen uit waarin ze terecht komen. (Andere zijstromer worden opnieuw door de hoofdstroom opgeslokt en verliezen zo de meerwaarde die ze de samenleving te bieden hebben.)

Door de onderstroom
Daar waar we in de snelheid van de hoofdstroom druk zwemmend aan de oppervlakte leefden, nodigt de oever ons nu uit om ons leven diepte te geven. Tussen de oevers van vreugde en pijn stroomt de rivier van het leven, zei Sri Nisargadatta Maharaj. In ons leven is er een bovenstroom van succes en mislukking, van geluk en pech, van gezondheid en ziekte, van genot en pijn. In de bovenstroom graviteren we naar het gemakkelijke, voor de hand liggende geluk van het genot, “dat in zijn bevrediging heel onbevredigend kan zijn” (Jan Keij in Levinas in de praktijk): het genot van het materieel comfort, het genot van de beleving, het genot van de erkenning van onze inspanningen, het genot van de waardering voor onze realisaties, het genot van de bezigheid op zich. Genot heeft minstens drie keerzijden. De eerste is dat het tijdelijk van aard is en wegens dit gebrek aan duurzaamheid voortdurend opnieuw opgezocht dient te worden. Ten tweede blijft genot niet meer dan een ervaring die we meenemen in ons graf: wat heeft de wereld eraan dat we ons goed geamuseerd hebben? In dat opzicht heeft genot iets zinledig. Ten derde neemt de genotservaring de diepere onvrede niet weg waarmee we worden geplaagd in de onderstroom van ons bewustzijn. Hoe goed ook gecamoufleerd door vermaak, overwinning, trots, gewoonte, principes, overtuigingen, … sluimert er op de achtergrond die onrust van het onvervulde.
Doorheen de onvrede die we aantreffen in de onderstroom treffen, kunnen we ook de bodem raken die de levensrivier draagt. Op die bodem treffen we aard van ons bewustzijn aan: rustig, krachtig, vreugdevol, gelijkmoedig, liefdevol. Vreemd genoeg kan er zelfs in de meest miserabele, en dus alles behalve genietbare omstandigheden een vrede over ons vallen. Dat is het moment waarop we de bodem aanraken. Zoals de bodem van een rivier relatief onberoerd blijft door haar stroming en turbulenties, blijkt deze diepere vrede bestand tegen de wisseling der omstandigheden.Het is duidelijk dat er in onze samenleving vooral aandacht gaat naar de bovenstroom en hoe we ons leven aangenamer kunnen maken. Dat is wat ons zo druk doet bezig zijn. Minstens even belangrijk is om goed te kijken naar onvrede in de onderstroom. Op momenten dat we die dieperliggende onvervuldheid onderzoeken, betreden we het pad van wijsheid. In dat onderzoek worden we ons bewust van een lijden dat zich in de maalstroom van het leven aan het oog neigt te onttrekken. Dat bewustzijn is, zoals Tolstoj in Mijn klein evangelie het mooi en dramatisch uitdrukt, als een barenswee die onze wedergeboorte inleidt. En na die wedergeboorte zijn we kind en moeder tegelijk. En is er leven voorbij gevangenschap in gehechtheid, zekerheid en zelfzucht. Het woordje “voorbij” betekent hier niet dat deze fenomenen en het lijden dat ermee samengaat, verdwijnen. Het betekent wel dat we lijden toelaten en onderzoeken. Toelatend bewustzijn van wat er is, wat er zich op elk moment aandient, om daarin vrijheid aan te treffen om responsief te zijn voor de roep van de wereld.

We kunnen rijstpap oppotten en onze gouden lepel stevig vasthouden, maar de tijd haalt ons altijd in. Vergankelijkheid is de hint die het leven geeft dat de “zen” ervan niet zoveel met onszelf kan te maken hebben. Het gaat erom dat we onszelf verliezen zonder onszelf verloren te voelen, onszelf te laten zonder onszelf te verlaten, en zo, in diezelfde beweging, het andere (datgene wat we geneigd zijn buiten onszelf te plaatsen) in ons aandachtsveld op te nemen. Levenskunst bestaat erin om een leven te leiden waarin we tot op zekere hoogte bevrijd zijn van maatschappelijke verwachtingen om uiteindelijk de andere écht te kunnen ontmoeten en de wereld te dienen op kleine en grote wijze. In een kostuum, in een mantelpakje op het werk.

Facebook Twitter Google+ LinkedIn
Last modified onmaandag, 16 september 2019 19:11
.
+32 (0)473 490 568
 
 
×

Log in